maandag 9 september 2013

Syrië vanuit Israël's perspectief en het probleem dat Obama daar mee heeft

Syrië vormt voor Israël een dilemma en geen dilemma, dat lijkt in tegenspraak met elkaar.

Simpelweg komt het er op neer dat het voor Israël weinig uitmaakt wie er aan de macht is in Syrië. Door de kat of door de hond worden gebeten maakt voor de regering in Jeruzalem geen enkel verschil.

Het bewind in Damascus heeft al aangegeven dat de chemische wapens gereserveerd zijn voor een aanval op Israël en ook bij de rebellen is er geen liefde voor de Joodse staat.

Israël zal dan ook niet een-twee-drie in het vijandig gezinde buurland ingrijpen, behalve als er rode lijnen door wie dan ook in Syrië worden geschonden. Een cartoon in het NRC waar Obama aan de leiband ligt van Netanyahu (en David Cameron) zegt veel over de onnozelheid die in Nederland gemeengoed is wanneer het aankomt op het Midden-Oosten.


De status quo die Israël kende met Assad was een status quo die Israël koesterde. Beter de vijand koesteren die je kent. Met Assad weten Israël en Assad waar ze aan toe zijn. Israël laat Assad met rust zolang Assad Israël met rust laat. De levering van strategische raketten van Assad aan Hezbollah werd door Israël afgestraft via een luchtaanval. Israël kan wanneer het wil Syrië in en uit vliegen wanneer het Israël belieft. Door de technologische voorsprong zitten de IAF piloten alweer thuis terwijl ze in Damascus nog uitdokteren wie of wat er aangevallen is. Assad weet dat ook en handelt daar, knarsetandend, naar.

Wanneer de chemische wapens in handen vallen van de rebellen wordt het voor Israël een ander speelveld en de wereld hoeft niet verbaasd te zijn wanneer Israël onmiddellijk actie onderneemt om de rebellen duidelijk te maken dat een rode lijn, in tegenstelling tot Obama, ook een rode lijn betekent.

Het dilemma voor Israël is een humane. Israël behandelt reeds Syrische slachtoffers in Israëlische ziekenhuizen en doet daarmee meer dan menig westers land dat wel de mond vol heeft, maar niet handelt. Israël worstelt met de vraag hoe te reageren op de chemische aanval die door Assad op de eigen bevolking is geregisseerd. Naftali Bennett van politieke partij Habayit Hayehudi (Het Joodse Huis) stelde in het veiligheidskabinet van Netanyahu voor om Syrië aan te vallen om Assad te straffen voor het gebruik van chemische wapens. In tegenstelling tot het lam geslagen Westen is men er in Israël van overtuigd dat het Assad is geweest die de chemische wapens gebruikt heeft (dat is ook meer dan logisch, maar door de grijze consensuspolitiek van het westen moet er "overtuigend" bewijs komen, terwijl er reeds overtuigend bewijs is).

Het andere dilemma dat Israël heeft is de afwachtende en twijfelende houding van het Westen, voorwaar een grotesk Chamberlain moment. Iedere keer wanneer Israël aan Iran, Arabieren, of Palestijnen concessies moet doen rept het Westen over de onwrikbare veiligheidsgaranties voor de Joodse Staat. Israël ziet nu met eigen ogen dat die veiligheidsgaranties niets voorstellen en Israël doet er dan ook verstandig aan een eigen plan te trekken.
Het Westen staat een dictator toe 120.000 mensen te vermoorden zonder in te grijpen, zelfs bij gebruik van chemische wapens kijkt het Westen lafhartig toe, een regelrechte schande, dat wordt in Israël ook waargenomen en dat is dan ook een probleem van Obama die Netanyahu heeft gebeld bij zijn u-bocht inzake ingrijpen om niet negatief over de besluiteloosheid van Obama uit de school te klappen. De negatieve impressie die "Obama de besluiteloze" al had, is versterkt door zijn non-optreden in Syrië.

Zelfs wanneer de Amerikanen eindelijk eens thuis geven is het too little too late voor de meeste Israëliërs en belangrijker voor de beslissingsmakers in Israël zelf. Westerse veiligheidsgaranties stellen, nogmaals, niets voor en dat zal in Jeruzalem op waarde worden gewogen.