woensdag 14 november 2012

Verdeelde oppositie helpt Nederland niet verder

Het vorige gedoogkabinet zit de heer Alexander Pechtold van D66 nog steeds hoog. Tijdens het debat over de huidige regeringsverklaring ging Pechtold voor de zoveelste keer jammeren over een vorig kabinet dat niet meer ter zake doende is, dat is jammer omdat het de focus van het huidige kabinetsbeleid wegneemt.


 Emile Roemer deed het een stuk beter door Geert Wilders bij te vallen over het werkloosheidscijfer waarvan Mark Rutte zegt dat het neutraal is in 2017, terwijl aantoonbaar kan worden gemaakt dat het aantal werklozen toe zal nemen.

Wat het kabinet weer helpt is de benaming socialistisch, of neoliberaal kabinet. Rutte kon terecht gehakt maken van die benamingen die zich als water en vuur verhouden. Roemer en Wilders doen er dan ook goed aan deze terminologie niet te gebruiken, of op elkaar af te stemmen, zeker na de woorden van Rutte waarin hij aangaf dat de achterban van de VVD nivelleren begrijpt en er bijna een voorstander van is om nivelleren doorgang te laten vinden. Geen van de oppositiepartijen maakte gebruik van die misser van Rutte door hem aan de tand te voelen.

De oppositiepartijen moeten ad hoc meer overleg voeren door als een team Rutte te ondervragen.  Neem bijvoorbeeld de werkgelegenheid. Rutte roept wat, Pechtold ondervraagt hem over het waarheidsgehalte, maar krijgt na drie interrupties geen duidelijk antwoord van de minister-president, dan is het handig wanneer bijvoorbeeld een Buma de vraagstelling overneemt en doorgaat waar Pechtold is gestopt. Alleen op die manier gril je het kabinetsbeleid van Rutte-II, niet door voor eigen glorie een paar vragen te stellen. 

Met negen oppositiepartijen die samenwerken kan er op een belangrijk onderdeel 27 keer worden doorgevraagd. Het moet mogelijk zijn binnen die 27 keer tot een duidelijk antwoord te komen.
Roemer deed het heel even door Wilders te steunen en door te vragen over werkgelegenheid, jammer dat andere oppositiepartijen het stokje niet van Roemer overnamen.

Gemiste kans. Een eensgezinde oppositie is goed voor Nederland, een verdeelde oppositie is goed voor het kabinet.