woensdag 25 april 2012

Netanyahu wil een onafhankelijk, maar gedemilitariseerd Palestina

Foto: whitehouse.gov
Benjamin Netanyahu heeft op de vooravond van de 64e verjaardag van de Joodse Staat een interview gegeven aan CNN.  De belangrijkste onderwerpen die aan bod komen zijn Iran en het vredesproces.

De Israëlische minister-president geeft in het interview aan voorstander te zijn van een onafhankelijk, maar gedemilitariseerd Palestina die er niet uitziet als een gatenkaas, waarmee Netanyahu aangeeft dat de nederzettingen in de Westbank bespreekbaar zijn.



PRIME MINISTER NETANYAHU:
Well, demilitarized is a real state. It just means that they can't field the armies. They can't fire rockets. We wanna make sure that if we have– a peace– arrangement, we walk away from certain areas, that they won't be used a third time by– Iran and its Palestinian proxies to fire rockets on Tel Aviv and Jerusalem. But we don't want to run their lives. I don't wanna govern the Palestinians. I don't want them as– subjects of Israel or as citizens of Israel. I want them to have it own independent state. But a demilitarized state.

ERIN BURNETT:
And– and, to be clear, one that isn't separated by Israel as in there's Palestine part here, Israel–

PRIME MINISTER NETANYAHU:
No.

ERIN BURNETT:
–then Palestine. All one.

PRIME MINISTER NETANYAHU:
Not as a Swiss cheese? No.

ERIN BURNETT:
Not Swiss cheese?

PRIME MINISTER NETANYAHU:
No.

Ook Abbas, de foppresident van de Palestijnen heeft ooit eens aangegeven geen problemen te hebben met een gedemilitariseerd Palestina:

Olmert’s security principles were the following: Palestine would have a strong police force, “everything needed for law enforcement.” It would have no army or air force.
The Palestinian border with Jordan, through which missiles and heavy armaments might be smuggled, would be patrolled by international forces, probably from NATO. There would be a procedural guarantee that no foreign army would be able to enter Palestine, and its government would not be permitted to enter into any military agreement with a country that does not recognize Israel.
Israel, for its part, would have the right to defend itself beyond the borders of a Palestinian state — say, against land forces massing on the eastern side of the Jordan River.
Israel expected to reserve the right to pursue terrorists across the new borders. Israel would be allowed access to airspace over Palestine, and the Israel Defense Forces would have rights to disproportionate use of telecommunications spectrum (though commercial rights would be equalized under international law).
When I spoke with Abbas in Amman, I did not have to refresh his memory about these overarching principles. “We don’t need a Palestinian army,” he said emphatically. “We don’t want an air force or tanks or rockets.” He insisted that the whole matter had been worked out with Gen. James Jones, who eventually became Obama’s national security adviser.
Abbas confirmed that Israel could indeed negotiate special permits regarding Palestinian airspace.
 Beide heren zijn het er dus over eens dat een Palestina met een politiemacht maar zonder leger mogelijk en wenselijk is. Vrede tussen beide landen hangt op de onwilligheid van de Abbas en de zijnen Israël te erkennen als Joodse Staat omdat het daarmee het zelfverzonnen sprookje afschiet van de terugkeer van "Palestijnse vluchtelingen" naar Israël.

Netanyahu gebruikt de nederzettingen als drukmiddel om de Palestijnen tot andere gedachten te dwingen om zodoende de erkenning voor de Joodse Staat te verkrijgen en het vluchtelingensprookje op te geven.

De zogenaamde Judaïfisering van de Westelijke Jordaanoever waar Abbas altijd zo prat opgaat heeft hij aan zijn eigen onwil te danken.