donderdag 30 september 2010

De Reclame Code Commissie en Israel: "misleidende reclame"?

Laten we eens beginnen met de oorspronkelijke ronkende tekst op het weblog van Abupessoptimist, in het dagelijks leven bekend als Maarten Jan Hijmans zoals hij op zijn Engelstalige blog uitlegt.

Maarten Jan is sinds 2009 aan het bloggen, waarbij 90% van de tijd breed uitgehaald wordt naar Israel. Daarvoor was hij redacteur van onder meer Het Parool en de Volkskrant, en was correspondent voor de Volkskrant en VARA en NCRV radio in Cairo van 1987 – 1992. Tegenwoordig is hij free lance journalist.

Dit keer haalt hij breed uit (hier) met betrekking tot een uitspraak van de Reclame Code Commissie over het Israelisch verkeersburo in Nederland dat folders uitgeeft en een website heeft waar reizen naar Israel aangeprezen worden, inclusief specifiek op christelijke bezoekers gerichte reclame die ondermeer ook bezoeken aan Betlehem en de Banyas watervallen aanprijst.
Over dat laatste iets curieus: Maarten Jan beschrijft deze watervallen als "Syrisch" en ze hebben ook tot 1967 op Syrisch gebied gelegen, maar zijn ze dat ook? Na de Tweede Wereldoorlog tekenden Engeland en Frankrijk (mandaat beheerders van het toenmalige Palestina en Syrie/Libanon) dat het beheer van de Banyas overging in Engelse handen en vanuit Jeruzalem gevoerd zou worden. "After the cessation of WWII hostilities, and at the time Syria was granted Independence (April 1946), the former mandate powers, France and Britain, bilaterally signed an agreement to pass control of Banias to the British mandate of Palestine."
Tijdens Israels onafhankelijkheidsoorlog in 1947/48 veroverde Syrie de Banyas waardoor deze na de wapenstilstand een paar honderd meter aan de Syrische kant van de grens terecht kwam. Je zou kunnen zeggen dat Syrie de Banyas tot bezet gebied maakte. Dit werd door Israel in 1967 teniet gedaan waardoor de Banyas weer aan de correcte, juridisch gesproken, kant van de grens terecht kwam. Uiteraard voert dit te ver om van de RCC te eisen dat zij dit stukje geschiedenis kent en gelukkig heeft de RCC dat ook tijdig ingezien.



Zo bezien kan je de klagers nog aanklagen over het ten onrechte aanmerken van internationaal erkend Israelisch gebied als Syrisch! Bij wijze van spreke dan, want wie zou daar een woord aan vuil maken?

Wat schrijft Maarten Jan zoal?
De kop boven het artikel stelt: "Reclame Code Commissie tikt Israelisch Bureau voor Toerisme op de vingers" hetgeen véélbelovend lijkt te zijn en ook niet geheel bezijden de waarheid.

Het vervolg van dit stuk is echter zo ver bezijden de, makkelijk te achterhalen, waarheid dat het bijna surrealistisch is! Voor ik daar op inga, even de link naar de volledige tekst van de uitspraak, in PDF formaat, hier. Maarten Jan is vergeten de link de plaatsen.

Dit schrijft MJ vervolgens:
"De Reclame Code Commissie heeft naar aanleiding van een klacht vastgesteld dat het Israëlisch Nationaal Bureau voor Toerisme 'GoIsrael' zich schuldig maakt aan misleidende reclame die daardoor oneerlijk is'. GoIsrael maakt reclame met kaarten waarop in 1967 bezet Palestijns en Syrisch gebied wordt afgebeeld als deel van Israël. Ook toont het bureau bezienswaardigheden in onder andere Oost-Jeruzalem en op de Westoever alsof die behoren tot Israel, terwijl het gaat om gebieden die Israel in 1967 heeft veroverd. Deze gebieden hebben internationaal de status van bezet gebied.
Voorbeelden van gesignaleerde misleiding zijn de Syrische Banyas watervallen, en Palestijnse plaatsen als Beit Sahur, Bethlehem, Jericho en Nablus. In sommige folders worden historische Palestijnse plaatsen en regio’s met Bijbelse namen aangeduid, zoals Shechem in plaats van Nablus. Ook wordt er geen onderscheid gemaakt tussen West en Oost Jeruzalem."

Vervolgens volgt er een verslag van de posities van de advocaat van de klagers en de verweerder waarna het vervolg:
"De Reclame Code Commissie (RCC) vond - met de klagers - dat het presenteren van deze gebieden als Israelisch misleidend was en oneerlijk, omdat dit consumenten op het verkeerde been kon zetten bij het nemen van beslissingen om reizen te boeken, bijvoorbeeld in verband met de veiligheidssituatie."

Wat stond er echt in de uitspraak?
Dat de RCC van mening was dat het niet duidelijk aangeven van de grenzen tussen Israel en de betwistte gebieden (terminologie van de RCC waarvan Maarten Jan enigzins onpasselijk werd "Wat mij (Abu Pessoptimist) betreft betekent dit dat de RCC haar eigen geloofwaardigheid ernstig aantast"), mede gezien in het licht van de reiswaarschuwingen van BuZa, het moeilijk maakt voor reizigers op principiele gronden of op basis van veiligheidsoverwegingen een keuze te maken vóór of tegen een dergelijke reis, waardoor de uiting als misleidend in de zin van artikel 7 NRC moest worden aangemerkt.

Voor de volledigheid hier het betreffende artikel:
"7. Reclame mag niet misleiden, met name niet omtrent de prijs, de inhoud,
de herkomst, de samenstelling, de eigenschappen of de doelmatigheid van
de aangeboden producten. Reclame dient zo duidelijk en volledig mogelijk te
zijn, mede gelet op haar aard en vorm en het publiek waarvoor zij is bestemd.
Duidelijk behoort ook te zijn door wie de producten worden aangeboden.
"

Op zich, gezien de inhoud van dit artikel een enigzins vreemde uitspraak maar toch ook wel begrijpelijk. Ik ben het met de commissie eens dat je een potentiele reiziger goed moet informeren, met name als een deel van de reis door potentieel gevaarlijk gebied gaat of door gebied waar de reiziger uit principe niet naartoe zou willen. (Beetje vreemd, dit laatste aangezien Anja M., Gretta D. en vele anderen de deur platlopen in die gebieden maar ja, noblesse oblige?)

Wat staat er niet?
In de uitspraak wordt duidelijk dat de aanklacht gebaseerd is op niet alleen art.7 maar een hele rij andere artikelen (art 2, art 4 en art 8) en dat de klacht voor het overgrote deel is verworpen. De RCC zegt letterlijk:
"De Commissie acht de uitingen niet van dien aard dat deze in strijd zijn met de waarheid zoals bedoeld in artikel 2 NRC. Met betrekkIng tot klagers stellrng dat deze uitingen kwet­send zouden zijn, stelt de Commissie zich, gelet op het subjectieve karakter van dit criteri­um, terughoudend op. Gelet op deze terughoudendheid oordeelt de Commissie dat de ui­tingen niet nodeloos kwetsend zijn zoals bedoeld in artikel 4 NRC"

De tekst van deze artikelen waarop de klagers ook een "veroordeling" zochten:

"2. Reclame dient in overeenstemming te zijn met de wet, de waarheid, de
goede smaak en het fatsoen.


4. Reclame mag niet nodeloos kwetsend zijn, noch een bedreiging inhouden
voor de geestelijke en/of lichamelijke volksgezondheid.


8. In reclame gebruikte getuigschriften, attesten of verklaringen van
deskundigen dienen op waarheid te berusten en in overeenstemming te zijn
met recent aanvaarde wetenschappelijke inzichten.
"

Ten overvloede staat dan nog onder de conclusie over een aanbeveling om de reclame niet meer op deze manier (zonder duidelijk aangegeven grenzen) te publiceren:

"Voor het overige wijst de Commissie de klacht af."

Over Maarten Jan's oorspronkelijke conclusie dat "De RCC vond ... dat het presenteren van deze gebieden als Israelisch misleidend was en oneerlijk..." kunnen we kort zijn: dit staat nergens in de uitspraak, integendeel zelfs.

Voor wat betreft de reclameuitingen: als op de kaartjes met een stippellijntje en legenda wordt aangegeven dat daar de betwistte gebieden beginnen en in de teksten iets duidelijker wordt verwezen naar het feit dat sommige reisdoelen binnen het gebied van de PA liggen of op door Israel beheerde, danwel door Israel geannexeerd gebied, heeft het Israelisch verkeersburo alles weer rechtgezet en kan eenieder weer zelf uitmaken of hij de geboortekerk in Betlehem, de Banias watervallen of de Oude Stad van Jeruzalem wil bezoeken. Ik kan alle drie de reisbestemmingen van harte aanbevelen en zowel de Palestijnse als de Israelische toeristenindustrie zullen er wel bij varen, wat de kansen op vrede alleen maar ten goede komt!