vrijdag 22 januari 2010

Wat Israel goed doet, moet gedemoniseerd

Israel reageerde prima op de ramp in Haiti: gelijk ter plaatse, zelf het vliegtuig uitladen en aan het werk. Intussen zijn er minstens 9 Haitianen onder het puin uitgetrokken en vele levensreddende operaties verricht. Israelbashers willen echter beslist niets goeds horen over Israel: ze halen snel het nieuwste bloedsprookje van stal (Israel zou in Haiti zitten om organen te roven) of beginnen over Gaza. In het NIW van deze week becommentarieert interim-hoofdredacteur Esther Voet de zure druiven.

Een diepe buiging

Moeder Aarde liet zich deze week van haar meest destructieve kant zien. Uitgerekend op Haïti, het armste land van het Amerikaanse continent, besloot zij haar veren op te schudden. Het had desastreuze gevolgen. Oorlogen en epidemieën kan de mensheid proberen te voorkomen of te stoppen. Natuurgeweld niet, daar helpen zelfs de meest ingrijpende maatregelen om het klimaatprobleem aan te pakken niet tegen. Het is een zuiver geval van ‘shit happens’. Tektonische platen zullen nu eenmaal altijd in beweging blijven, wrikken en botsen en de mens die denkt dat hij alles naar zijn hand kan zetten, zal moeten blijven erkennen dat de aarde vooral haar heel eigen, onvoorspelbare agenda heeft.
Haïti is al jarenlang lamgelegd door corruptie, een schrikbarend groot geloof in voodoo en onwetendheid. De hele wereld heeft het mede daarom jarenlang links laten liggen. Maar bij het zien van zo veel menselijk leed wil ieder mens met een beetje compassie in zijn donder maar één ding doen: helpen. Er werden zo veel units met snuffelhonden ingevlogen – waaronder Nederlandse –, dat op een gegeven moment werd gevraagd om de viervoeters alsjeblieft thuis te laten. Er werd ruimhartig geld gedoneerd en hier in Nederland sloegen zelfs gezworen vijanden als de commerciële en de publieke omroepen de handen ineen.
Prachtig! Maar medische hulp was wat nu het meest nodig was. Israël reageerde al daags na de eerste meldingen van de ramp snel en effectief. Een team van 220 hulpverleners werd ingevlogen. Even ter vergelijking: Groot-Brittannië stuurde een delegatie van 64 brandweerlieden en acht vrijwilligers. Het Israëlische team zette in een mum van tijd het grootste veldhospitaal op de eilandenstaat op. Iedere dag worden daar zo’n 500 slachtoffers behandeld, geopereerd en/of verlost van schrikbarende pijn die ze meestal al dagenlang hebben moeten verduren. Er werd een baby'tje geboren dat de naam Israël meekreeg, een eerbetoon van de moeder aan haar redders.
Dit was niet de eerste keer dat Israël á la minute en to the point hulp bood aan een bevolking in nood. Toen ik in 2002, een jaar na ook een verwoestende aardbeving, de West-Indiase staat Gujarat bezocht, waren de bewoners nog altijd vol lof over de Israëlische hulp die ze een jaar daarvoor hadden gekregen. Kleine voetnoot: Gujarat is een moslimstaat. Niet lang daarvoor leerde ik tijdens een bezoek aan de geëxplodeerde centrale in het Oekraïense Tsjernobyl hoe actief Israël meewerkte aan een oplossing voor de radioactieve lekkage die uit de centrale sijpelt en hoe Israëlische wetenschappers meewerkten aan meer oplossingen om de gevolgen van de ramp zo veel mogelijk te beperken.
Ik wil het hier nu niet hebben over het gebrek aan hulp uit Arabische landen tijdens dit soort rampen. Dat zou goedkoop zijn. Mijn verontwaardiging gaat ook niet naar hen uit omdat ik sowieso niets van ze verwacht. Nee, wat me zo ontzettend tegen de borst stuit, zijn de schouderophalende reacties die ik krijg als ik het met vrienden, bekenden en collega’s over bovenstaande voorbeelden en ook dit Israëlische team in Haïti heb. Het is alsof ze het gewoon niet willen horen, alsof deze heldendaden niet meer passen in het plaatje dat zich inmiddels al lang en breed heeft vastgezet in hun psyche, daar waar ze toch al de mening hebben gevormd die zoiets moet luiden als: ‘Het land deugt niet en zal niet meer deugen want ik heb het al geplaatst in het vakje ‘deug-nieten’ en daarom sta ik niet open voor geluiden die het tegendeel bewijzen’.
In datzelfde kader kwam me deze week ook een uitermate zuur stukje van Akiva Eldar onder ogen, verbonden aan Ha’aretz. „Geef ons een aardbeving in Haïti, een tsunami in Thailand of een terroristische aanval in Kenia en de woordvoerder van de IDF zal triomferen,” aldus Eldar. „Nee, kijk dan eens naar de 1,5 miljoen mensen in Gaza.” Aan de ene kant: hulde! Dit is een prachtig voorbeeld van het feit dat Israël zelf de grootste criticasters in huis heeft. Aan de andere kant kan ik op dit soort zure, zogenaamd politiek correcte stukken maar één reactie hebben: Hè, get-ver-dem-me! Alles, werkelijk álles wat goed gedaan wordt, waar vanuit Israël een bijdrage wordt geleverd aan tikkoen olam en het verminderen van leed, verdwijnt in het zwarte gat van het cynisme en de gemakkelijke maar niet-correcte vergelijking tussen appels en peren. Ik kan daar maar één klein gebaar tegenover stellen: ik maak een diepe buiging naar de mensenredders. Ik hoop dat u meedoet.

(Bron: Nieuw Israelietisch Weekblad)