dinsdag 5 januari 2010

Universele jurisdictie aanmatigend

Engelse aanklagers brachten vorige maand hun regering in verlegenheid met een arrestatiebevel tegen de Israëlische ex-minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni. Ook Spaanse magistraten deden dit in het verleden met onder meer Chileense en Israëlische (oud-)politici. Maar het Spaanse parlement heeft in Juni aangekondigd het principe van de universele jurisdictie uit zijn juridische systeem te gaan verwijderen, behalve in gevallen waar Spanjaarden bij zijn betrokken. Spanje geeft vooral praktische redenen, maar de historicus-filosoof Naud van der Ven wijst op een principieler probleem: er zit een aanmatigend kantje aan het principe van universele gerechtigheid.
Universele gerechtigheid blijft een goed idee en het moet prachtig zijn om dat mee te maken.

Maar het wordt problematisch als dat universalisme zo euforisch en triomfalistisch wordt, dat het de oorsprong van natiestaten en de ongerijmdheid van particulier universalisme uit het oog verliest. Met name in West-Europa is dat risico reëel. De tientallen jaren van stabiele vrede in Europa – onder vooral Amerikaanse bescherming – kan ons het zicht benemen op de onderliggende, nog steeds werkzame aspecten van het systeem van rivaliserende natiestaten. We vergeten onze eigen oorsprong en komen in de illusie terecht.

Het kan er bovendien toe leiden dat we niet meer begrijpen hoe het is, als land, als je je nog niet in die luxe positie bevindt. De aanspraak op universele gerechtigheid kan aanmatigend worden en het begrip verliezen voor landen waar de rivaliteit vijandiger aan de oppervlakte treedt dan bij ons. Natuurlijk moet je de vraag stellen of zo’n land wel genoeg doet om vrede binnen bereik te brengen. Maar het verkeren in een fase van vijandschap met andere landen is, op zichzelf genomen, legitiem – gegeven de willekeur van ons stelsel van nationale afbakeningen. Het is niet anders dan de fase waarin de West-Europese naties honderd jaar en twee wereldoorlogen geleden nog verkeerden. En reken maar dat bijvoorbeeld 'disproportionaliteit' er heel anders uit ziet als je erin zit of er buiten staat.

Een eerlijke beoordeling van regimes in oorlog moet daarom die strijdsituatie tot uitgangspunt nemen. Dus: zo’n land is in oorlog en hoe gaat het daar vervolgens mee om. Volgens de rechtsgeleerde Kamminga doe je er bij zo’n beoordeling goed aan om niet te gauw je eigen rechtssysteem in stelling te brengen. Het blijft een paardenmiddel, en waar het even kan is het beter om oorlogsmisdadigers in hun eigen land aan te pakken. Zeker als een rechtssysteem daarvoor goed is toegerust, wat volgens hem bijvoorbeeld in Israël het geval is.
Lees hier het hele artikel van Van der Ven