vrijdag 1 januari 2010

Resolutie 242 en de West-Bank

Danny Ayalon, vice minister van Buitenlandse zaken voor Israël zet voor eens en altijd enkele zaken recht aangaande de West-Bank en resolutie 242. Het weblog eliezeryair heeft het in het Nederlands vertaald en ik geef u enige kerncitaten:
[e]r lijkt weinig kennis en begrip voor Israel's rechten op wat in de volksmond "de bezette gebieden" genoemd wordt, maar wat in werkelijkheid "betwiste gebieden" zijn.
Dit alles omdat het gebied dat tegenwoordig bekend staat als de Westbank niet kan worden aangemerkt als "bezet" in de juridische zin van het woord, omdat het geen juridische status had voordat Israel het gebied veroverde tijdens de zesdaagse oorlog in 1967. In tegenstelling tot wat sommigen geloven heeft er nooit een palestijnse staat bestaan noch enig ander land met Jeruzalem als hoofdstad ondanks het feit dat het gebied honderden jaren onder islamitische heerschappij stond.
De naam "Westbank" (Westelijke Jordaanoever) werd voor het eerst gebruikt in 1950 door de Jordaniers toen zij het gebied annexeerden en een onderscheid wilden maken met de rest van het land Jordanie dat op de oostelijke oever van de Jordaan ligt.

Groene lijn

Het was op aandringen van Jordanie dat de bestandslijn van 1949 niet werd aangemerkt als internationaal erkende landsgrens maar slechts als een bestandslijn die twee legers van elkaar scheidde. De bestandsovereenkomst beschreef specifiek: "Geen onderdeel van deze overeenkomst zal op enige manier ten voordele zijn van een van beide partijen als het gaat om rechten, eisen of positie bij de vreedzame regeling van de palestijnse kwestie omdat de voorwaarden van deze overeenkomst exclusief worden opgesteld uit militaire overwegingen". De grens werd de beroemde "groene lijn", zo genoemd omdat de militaire afgevaardigden tijdens de onderhandelingen over de bestandsovereenkomst de grens met een groene pen op een kaart tekenden.

Resolutie 242

VN-veiligheidsraad resolutie 242 is waarschijnlijk het meest verkeerd begrepen document in de internationale politiek. Terwijl velen, vooral de Palestijnen, het idee aanhangen dat de resolutie eist dat Israel alle gebieden teruggeeft buiten de groene lijn, is de realiteit een hele andere. De resolutie roept op tot "vrede binnen veilige en erkende grenzen" echter doet geen uitspraak waar deze grenzen liggen of zouden moeten liggen.
Het is belangrijk om eerst te kijken naar de intenties van de opstellers van de resolutie voordat we kijken naar andere interpretaties.

Veilige en erkende grenzen

Eugene V. Rostow was in 1967 de Amerikaanse staatssecretaris voor politieke zaken en mede betrokken bij het opstellen van de resolutie. Hij verklaarde in 1990: "Security Council Resolution 242 en (vervolgens U.N. Security Council Resolution) 338... berust op twee principes, Israel mag de gebieden administratief beheren totdat de Arabische buren vrede maken; zodra de vrede is getekend moet Israel zich terugtrekken achter "veilige en erkende grenzen", die echter niet dezelfde hoeven te zijn als de bestandsgrens van 1949".
Lord Caradon, toentertijd de Britse VN-ambassadeur en mede-opsteller en aanbieder van de resolutie zei in 1974 onomwonden dat "het fout zou zijn om van Israel te verlangen dat het zich terugrekt naar de grenzen van voor 4 juni 1967 omdat deze grenzen ongewenst en kunstmatig waren."

Nederzettingen

Na de oorlog in 1967, toen Joden terugkeerden naar het historische, bijbelse thuisland op de Westbank, ofwel Judea en Samaria zoals het gebied 2000 jaar lang in de wereld bekend was totdat de Jordaniers het van naam veranderden, ontstond de discussie rond de nederzettingen. Rostow echter vond geen juridische bezwaren tegen joodse bewoning van de gebieden. Hij beriep zich erop dat de Britse mandaatsverordeningen nog steeds van toepassing zijn op de Westbank. Hij zei: "het joodse recht zich te vestigen in Palestina westelijk van de rivier de Jordaan, dat is Israel, de Westbank, Jeruzalem is onweerlegbaar. Dat recht is nooit tenietgedaan en kan niet worden tenietgedaan behalve door een erkende vrede tussen Israel en haar buren."

Obstakel voor vrede

Er is geen internationaal bindende verordening van toepassing op dit gebied die het recht op joodse vestiging teniet doet.
En toch is er de opvatting dat Israel gestolen land bezet en dat de palestijnen de enige zijn met nationale, legale en historische rechten op dit gebied. Niet alleen is dit moreel en feitelijk onjuist maar hoe meer deze aanname wordt geaccepteerd, hoe minder de palestijnen zich genoodzaakt voelen om naar de onderhandelingstafel te komen.
Uitspraken zoals gedaan door Lady Ashton's zijn niet alleen onjuist, ze staan een oplossing door onderhandelingen verder in de weg.