maandag 18 januari 2010

Israel en de derde partij in het conflict.

Een onderwerp dat de laatste weken in het nieuws is in Nederland, is de rol van de media in het Arabisch Israëlische conflict.
Door Yochanan

De PVV kende onlangs Sander van Hoorn de "Maartje van Weegen bokaal" toe voor de meest bevooroordeelde verslaggeving in 2009.
Wim Kortenoeven, die als onderzoeker verbonden is aan het CIDI, publiceerde een rapport over de rol van de media in het Arabisch Israëlische conflict.  Uit dat rapport komt sterk naar voren dat de media een de facto partij zijn in het conflict.
Sommigen, zoals ARD journalist Esther Shapira, gaan nog verder en zeggen dat de media een oorlog tegen Israel voeren die in feite, qua effecten, belangrijker is geworden, dan het militaire conflict.

Kortenoeven, die de auteur is van een van de beste boeken die ooit over het conflict geschreven zijn (De kern van de zaak- ISBN 90-5911-349-7), toont aan dat alle partijen in het conflict het nieuws over het conflict beïnvloeden.
De publieke opinie beïnvloedt de beslissingen van de politiek, en de opinie wordt gevormd door de media.
Hij schrijft dat waarnemers (correspondenten YV) normaliter een marginale positie hebben in conflicten. Maar wanneer zij, al dan niet bewust, in staat blijken de tactische en/of strategische belangen van een der conflictpartijen te schaden, er geen sprake meer kan zijn van waarnemerschap. Dan worden zij de facto bondgenoot van een de partijen in het conflict.

Een NOS Journaal reportage op 29 december 2009 was zo’n voorbeeld waar Kortenoeven op doelt.

NOS verslaggever Sander van Hoorn blikte met zijn ingehuurde Palestijnse cameraman Mahmoed Al Jahrami terug op de Gazaoorlog. .  
Uit de reportage kwamen twee zaken duidelijk naar voren. Van Hoorn heeft een politieke visie op de partijen in het conflict en hij bewaart geen afstand tot een der partijen in het conflict.
Hij doet daar overigens niet eens geheimzinnig over, getuige zijn uitlatingen in een EO reportage over de verslaggevers in de Gazaoorlog  (de bewuste uitlatingen vindt u aan het eind van het programma).

Van Hoorn zei in die reportage dat wanneer hij in Gaza had kunnen zijn tijdens de oorlog en het "fosforbombardement" op de VN school had kunnen verslaan, dat dan de Tweede Kamer anders had geoordeeld over de houding van minister Verhagen. Deze weigerde het woord disproportioneel in mond te nemen ( NB. Er was dus geen fosfor "bombardement" op de VN school).
Van Hoorn huurde dus een Palestijnse cameraploeg in, maar het inhuren van Palestijnse cameraploegen is controversieel.
Van Hoorn was zich daar goed van bewust, dat bleek uit een reportage uit het begin van de Gazaoorlog toen hij uitlegde waarom hij een Palestijnse cameraploeg had ingehuurd.
Van Hoorn gebruikte de woorden "neiging tot toneelspel" toen hij de werkwijze van Palestijnse TV ploegen omschreef. Als we van Hoorn mochten geloven bestond zijn ploeg echter uit koele professionals.

Lees verder op De Dagelijkse Standaard